Landschap en natuur

Om de doelstellingen voor 2020 voor de productie van hernieuwbare energie te behalen (10,3%), moeten er 280 windturbines bijkomen in Vlaanderen. Een bijkomend voordeel is dat windturbines niet veel plaats innemen. De ruimte tussen de turbines kan nog steeds perfect gebruikt worden voor recreatie, landbouw, waterwinning, …  . Maar dat mag uiteraard niet zonder de nodige zorg voor het landschap. Daarom kiest Eoly bij voorkeur industriegebieden, grote verkeersassen, spoorwegen en kanalen om ze in te planten.

 

Eoly Colruyt Group windturbine wind Laekebeek Beersel Lot éolienne vent

Windturbines in het landschap

Een landschap is continu in verandering. Enkele honderden jaren geleden was wind de basisbron van energie om graan te malen, of water op te pompen. Er stonden duizenden molens in het landschap, als werkpaarden van het pre-industriële tijdperk. Het landschap is continu in verandering, net als onze levenswijze. Windturbines vormen een duurzame toevoeging aan dat landschap.  

Zijn windturbines gevaarlijk voor de buurt?

Neen, want vooraleer een windturbine gebouwd wordt, moet er een vergunning aangevraagd worden. Hiervoor wordt, onder andere, een veiligheidsanalyse uitgevoerd. Hierbij worden de veiligheidsrisico’s van de windturbine voor de hele omgeving berekend. Indien de analyse niet het gewenste resultaat geeft,  mogen er geen turbines gebouwd worden. In Vlaanderen zijn er geen afstandsregels, maar worden de te respecteren afstanden bepaald in een veiligheidsstudie, deze kunnen in verschillende gevallen van elkaar verschillen.

 

Daarnaast moet het ontwerp van de windturbines, maar ook het onderhoud, aan heel wat keuringsvoorwaarden voldoen. Deze voorwaarden worden nagegaan door onafhankelijke certificatie-instituten.

Maken windturbines veel slachtoffers bij vogels en vleermuizen?
 

Een goede plaats voor een windturbine sluit risico’s voor aanvliegingen met vogels en vleermuizen zoveel mogelijk uit. Daarom is een goede locatiekeuze gebaseerd op de gegevens uit de risico-atlas vogels en vleermuizen, maar ook op lokale gegevens (“meten is weten”). Daarnaast kan de omgeving aangepast ingericht worden, of technische maatregelen voorzien om de turbines stil te leggen bij hoge vliegactiviteit. De natuurtoets moet alle mogelijke effecten op natuur mee in overweging nemen. De conclusies hieruit zijn mee bepalend voor de toelating, of voor het opleggen van milderende maatregelen.